Ingebruikname
- Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
- Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
- Let op een voldoende acclimatisering van het meetgereedschap. Bij sterke temperatuurschommelingen kan de acclimatiseringstijd tot wel 30 minuten bedragen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, wanneer u eerst een meting in de koele kelder uitvoert en daarna op de warme zolder.
- Vermijd heftige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf en bij opvallende zaken in de functionaliteit moet u het meetgereedschap bij een geautoriseerde Bosch-klantenservice laten controleren.
In-/uitschakelen
- Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de toets
of op het midden van de toets
.
- Na een korte startsequentie is het meetgereedschap klaar om te meten.
- Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u zo lang op de toets
tot het uitschakelscherm op het display verschijnt.
- De instellingen van het meetgereedschap worden opgeslagen. Opgeslagen meetwaarden (i) worden gewist.
In de instellingen kunt u kiezen of en na welke tijd het meetgereedschap automatisch moet uitschakelen zie Overzicht menu's.