Luchtvochtigheid en temperatuur meten 

Zolang het meetgereedschap is ingeschakeld, worden luchtvochtigheid (a) en omgevingstemperatuur (b) continu via de luchtvochtigheids- en temperatuursensor (4) gemeten.

Als de meetwaarden veranderen, ook al wordt het meetgereedschap niet bewogen en er geen trek te voelen is, past de luchtvochtigheids- en temperatuursensor (4) zich nog aan de omgevingsomstandigheden aan. Wacht tot de meetwaarden niet meer veranderen.
Indien nodig kunt u het acclimatiseren van de sensor versnellen door het meetgereedschap licht heen en weer te bewegen.